Over Tienen, stad in het Hertogdom Brabant

Tienen, stad in het Hertogdom Brabant

Het verhaal van Kortenberg
Jaarlijks evenement rond de datum dat het ‘Charter van Kortenberg’ werd ondertekend als blijvende herinnering

Daguitstap met de autocar

 

Hertogenhuis Tienen
Charter van Kortenberg

Hoe is Tienen ontstaan?
Het is vrijwel zeker dat er sinds de Romeinse periode bewoning was in het gebied dat we vandaag Tienen noemen. Er zijn verschillende Romeinse artefacten ontdekt in Tienen, waaronder villa's, gebruiksvoorwerpen, munten en grafstenen.

Er zijn twee aanwijzingen van het bestaan van een gemeenschap van mensen die zich in onze regio vestigde: in de vroege middeleeuwen werd langs de rand van de oude Gallo-Romeinse nederzetting een kapel gebouwd, gewijd aan Sint-Martinus van Tours. Die kapel groeide uit tot de Sint-Martinuskerk, de oudste parochiekerk van Tienen en eigendom van de adellijke familie 'van Avendoren'. Deze kerk verdween in 1816.

Een tweede nederzetting ontstond rond de Sint-Germanusheuvel (nu de Veemarkt). Volgens sommige bronnen zou hier al in de 9de eeuw een Sint-Germanuskerk hebben gestaan. Ook rondom deze kerk vormde zich een kleine gemeenschap. 

Hoe kon Tienen groeien?
Tijdens de middeleeuwen had Tienen een strategische ligging in het graafschap Leuven, wat het een belangrijk verdedigings- en handelscentrum maakte. De stad verkreeg stadsrechten rond 1014 en werd voor het eerst ommuurd, wat bijdroeg aan de verdediging tegen de Luikse dreiging. De eerste omheining beperkte zich tot de bouw van een muur en de aanleg van een gracht rond de Sint-Germanusheuvel.

Door de gunstige ligging aan de handelsroute Brugge-Keulen ontwikkelde Tienen zich economisch sterk. Er werden openbare markten gehouden. De stad beschikte zelfs over een eigen systeem van maten en gewichten. Tienen kreeg diverse privileges en vrijheden van de Brabantse hertogen, zoals tolvrijheden en het recht op eigen rechtspraak. In 1291 kregen de burgers van Tienen zelfs nieuwe vrijheden na hun verdiensten in een veldslag. Tienen werd ook erkend als een van de zeven hoofdsteden van Brabant (samen met Leuven, Brussel, Antwerpen, 's Hertogenbosch, Nijvel en Zoutleeuw), die een belangrijke rol speelden in het bestuur en de besluitvorming van het hertogdom.

Het Hertogenhuis
Het Hertogenhuis was oorspronkelijk de residentie van de Brabantse hertogen. Hertog Hendrik I van Brabant verbleef er regelmatig, omdat Tienen toen een strategisch belangrijke stad was in het oostelijke deel van het hertogdom Brabant. Het gebouw diende als versterkte woning of donjon.

Van deze middeleeuwse residentie bleef vooral de ondergrondse kelderruimte bewaard. Deze indrukwekkende ruimte, voorzien van een kruisgewelf met gordelbogen, behoort samen met de Sint-Germanuskerk tot de oudste nog zichtbare bouwresten van Tienen.

In de tweede helft van de 14de eeuw schonk Johanna van Brabant het Hertogenhuis aan de karmelieten, die het omvormden tot een klooster. De oorspronkelijke residentie werd later grotendeels vervangen door het huidige gebouw uit 1676, opgetrokken in traditionele bak- en zandsteenstijl.

Vandaag maakt het Hertogenhuis deel uit van het voormalige Immaculata-complex. In de historische kelder is een tentoonstellingsruimte gevestigd en op bepaalde momenten kan het publiek deze unieke erfgoedsite bezoeken.